Categorie archief: Stadsgedichten

Wiki-Ede

De Poortwachter begroet u,
ernaast ligt trots de Cinemec.
Een dorpse stad, geschiedenis
ligt onvermoed op elke plek.

Van de vroegere Valouwe,
de bloedsteen ligt er nog,
tot de Hoge Veluwe van nu:
Brancusi, Mondriaan, Van Gogh.

Voor iedereen is er een kerk,
vereniging, theater of café.
DOK, Blauw Geel, Fortissimo,
de Polar Bears, de MHC.

Toeristenzwermen in de zomer,
bij Bernardo’s in de rij.
De Heideweek en Market Garden,
parachutes op de hei.

De kenniscampus, CHE,
want onderwijs maakt sterk.
Food Valley, Wageningen,
verbinding, branding, merk.

Kazernes, Reehorst, ENKA,
nu het Akoesticum erbij.
Het nieuwe wonen, werken,
bedrijven, heidebrouwerij.

Ontsluiting van de snelweg,
stationsgebied gaat op de schop.
Laat wat goed is wel graag staan,
herstel, in eer, de Parkwegkop.

Geen koopgoot op de zondag,
maar festivals en Sunday Blues.
Buiten, aan de nieuwe gracht,
langs brede zomeravenues.

En straks World Food Center,
al wordt het dan geen wonder-ei.
Maar bovenal ons stadse dorp,
een parel in de Gelderse Vallei.

(c) Arjan Keene | Stadsdichter van Ede

Ik ben oktober eikenblad

Van 19 januari t/m 4 februari is de landelijke poëzieweek. Het thema is ‘Met zingen is de liefde begonnen’.

In al mijn nerven zit het craquelé
van zon en wind en een bewogen leven.
Tot wie zich nu nog naar mij wendt
spreek ik langzaam in een taal van hout.

Ooit kon mijn bladgroen warmte zingen
bij ieder blaadje dat maar naar mij ruiste,
ooit suisde chlorofyl door al mijn aderen.
Nu kleurt mijn huid, maar ik word koud.

Ik ben oktober eikenblad.

Ach, laat de herfsten toch niet komen,
laat winters niet mijn houvast vellen.
Laat mij vertellen van de lentezoenen,
van de zomers toen het zingen nog begon.

(c) Arjan Keene